//
Fase A, B en C uitgelegd: het fasensysteem in de uitzendbranche in 2026
Het fasensysteem bepaalt hoeveel zekerheid een uitzendkracht heeft en hoeveel flexibiliteit jij als bureau overhoudt. Sinds 1 januari 2026 geldt er één Cao voor Uitzendkrachten voor de hele branche, waardoor het onderscheid tussen de ABU-fases A, B en C en de NBBU-fases 1 tot en met 4 is verdwenen. Deze gids legt per fase uit wat er geldt, wat er verandert door de Wet meer zekerheid flexwerkers en waar je in de praktijk op moet letten.
Drie fases, één cao, en een wet die eraan komt
Fase A, B en C bepalen wanneer een uitzendkracht recht krijgt op meer zekerheid. Wie de tellingen kent, plant beter en voorkomt verrassingen. Wie ze niet bijhoudt, loopt onbedoeld tegen een vast contract of een boete aan.
In het kort
- Het fasensysteem kent drie fases: fase A (maximaal 52 gewerkte weken), fase B (contracten voor bepaalde tijd) en fase C (onbepaalde tijd).
- Sinds 1 januari 2026 geldt één gezamenlijke Cao voor Uitzendkrachten van ABU, NBBU en LBV; de oude NBBU-fases 1 tot en met 4 zijn vertaald naar A, B en C.
- De telling loopt op gewerkte weken, niet op kalenderweken. Een week waarin niet is gewerkt telt niet mee, maar een onderbreking van meer dan zes maanden zet de teller terug op nul.
- De Wet meer zekerheid flexwerkers is in juli 2026 aangenomen en verkort fase B naar twee jaar, waardoor fase A en B samen nog maximaal drie jaar duren.
- Wie zijn fasetelling niet scherp bijhoudt, ziet contractmomenten pas als ze er al zijn; wie ze wel ziet, kan een verlenging of herplaatsing op tijd voorbereiden.
- Wat is het fasensysteem in de uitzendbranche?
- Fase A: 52 gewerkte weken met maximale flexibiliteit
- Fase B: contracten voor bepaalde tijd met meer zekerheid
- Fase C: het contract voor onbepaalde tijd
- ABU en NBBU: sinds 2026 één cao voor de hele branche
- Wat de Wet meer zekerheid flexwerkers verandert
- Wat het fasensysteem vraagt van je planning en je database
Wat is het fasensysteem in de uitzendbranche?
Het fasensysteem is de trap waarlangs een uitzendkracht stap voor stap meer zekerheid opbouwt bij het uitzendbureau waar hij of zij in dienst is. Het staat in de Cao voor Uitzendkrachten en verdeelt de arbeidsrelatie in drie fases: fase A, fase B en fase C. Hoe langer iemand voor jouw bureau werkt, hoe verder die persoon in het fasensysteem komt en hoe steviger de rechtspositie wordt.
De achterliggende gedachte is een uitruil. Uitzendwerk is bedoeld als flexibele arbeidsvorm, en artikel 7:691 van het Burgerlijk Wetboek staat toe dat de gewone regels voor tijdelijke contracten aan het begin ruimer worden toegepast. Daar staat tegenover dat die ruimte niet oneindig is: na een bepaalde periode gaat de uitzendkracht automatisch naar de volgende fase, met langere opzegtermijnen, minder eenzijdige beëindiging en uiteindelijk een contract voor onbepaalde tijd.
Belangrijk om te weten is dat het fasensysteem telt per uitzendonderneming, niet per opdrachtgever. Werkt iemand via jouw bureau achtereenvolgens bij drie verschillende inleners, dan loopt de fasetelling gewoon door. Wisselt de uitzendkracht van bureau, dan begint de telling bij het nieuwe bureau opnieuw, tenzij er sprake is van opvolgend werkgeverschap. Dat laatste komt vaker voor dan bureaus denken, bijvoorbeeld bij een overname van een contract of bij een doorstart onder een andere naam.
Het fasensysteem staat daarmee niet los van de rest van de regelgeving in de branche. Het werkt samen met de Waadi, met de beloningsregels voor uitzendkrachten en sinds 2026 met de toelatingsplicht uit de Wtta. Wie het fasensysteem beheerst, heeft daarmee het fundament onder zijn contractadministratie op orde.
Fase A: 52 gewerkte weken met maximale flexibiliteit
Fase A is de startfase van het fasensysteem en duurt maximaal 52 gewerkte weken. Elke week waarin de uitzendkracht ook maar enige arbeid voor jouw bureau verricht, telt als één volle week. Of iemand vier uur of veertig uur werkt maakt voor de telling niet uit. Weken waarin helemaal niet wordt gewerkt, tellen niet mee, waardoor fase A in kalendertijd langer kan duren dan een jaar.
In fase A geldt het uitzendbeding, mits dat schriftelijk in de uitzendovereenkomst is opgenomen. Dat beding zorgt ervoor dat de uitzendovereenkomst van rechtswege eindigt zodra de opdracht bij de inlener stopt. Dat geeft flexibiliteit aan beide kanten: de opdrachtgever kan de inleenopdracht beëindigen en de uitzendkracht kan het werk zelf beëindigen, met inachtneming van de oproep- en aanzegtermijnen uit de cao. Het aantal contracten in fase A is onbeperkt.
De flexibiliteit van fase A betekent niet dat er niets geregeld is. De uitzendkracht heeft vanaf dag één recht op gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden ten opzichte van vergelijkbare medewerkers bij de inlener, en sinds 1 januari 2026 bouwt de uitzendkracht ook vanaf de eerste werkdag pensioen op bij StiPP. De wachttijd van 26 weken die daarvoor gold, is vervallen. De totale pensioenpremie bedraagt 23,4 procent, waarvan 15,9 procentpunt voor rekening van de werkgever komt en 7,5 procentpunt voor de werknemer.
Voor je kostprijs betekent dat: reken vanaf week één met pensioenlasten. Hoe die doorwerken in je tarief lees je in de omrekenfactor van een uurtarief berekenen en in wat een uitzendkracht kost.
Rekenvoorbeeld: wanneer eindigt fase A?
Een uitzendkracht start op 5 januari 2026 en werkt drie dagen per week. Hij werkt 44 weken door, heeft daarna 5 weken geen opdracht en werkt vervolgens weer verder. Die 5 lege weken tellen niet mee voor het fasensysteem, maar de onderbreking blijft ruim binnen zes maanden, dus de teller loopt door. Na nog 8 gewerkte weken staat de teller op 52 en gaat de uitzendkracht in week 53 automatisch naar fase B. In kalendertijd is dat medio februari 2027, ruim een maand later dan je zou verwachten als je alleen naar de startdatum kijkt.
Fase B: contracten voor bepaalde tijd met meer zekerheid
Zodra de 52 gewerkte weken van fase A voorbij zijn, komt de uitzendkracht in fase B. Hier verandert de aard van de relatie. Het uitzendbeding vervalt, wat betekent dat de uitzendovereenkomst niet langer automatisch eindigt als de opdracht bij de inlener stopt. Loopt een opdracht af terwijl het contract nog doorloopt, dan blijft jouw bureau loon verschuldigd en moet je passend vervangend werk zoeken. Dat is precies de reden dat leegloop in fase B een reëel bedrijfsrisico wordt, zoals uitgelegd in leegloop en verzuim in de uitzendbranche.
In fase B mag je op dit moment maximaal zes contracten voor bepaalde tijd aangaan binnen een periode van maximaal drie jaar. Zodra je over een van beide grenzen heen gaat, ontstaat automatisch een contract voor onbepaalde tijd en zit de uitzendkracht in fase C. Ook hier telt de tijd anders dan in fase A: fase B telt in kalendertijd, niet in gewerkte weken. Een periode zonder opdracht binnen een lopend contract telt dus gewoon mee.
De contracten in fase B eindigen van rechtswege op de afgesproken einddatum. Je hoeft geen ontslagvergunning aan te vragen, maar de wettelijke aanzegtermijn geldt wel: bij een contract van zes maanden of langer moet je uiterlijk een maand voor het einde schriftelijk laten weten of je verlengt en onder welke voorwaarden. Vergeet je dat, dan ben je een aanzegvergoeding verschuldigd van maximaal een maandsalaris.
Voor een bureau is fase B de fase waarin planning het meeste oplevert. Je weet precies wanneer contract vier, vijf en zes aflopen en wanneer de driejaarsgrens in zicht komt. Wie die momenten pas ziet als ze er zijn, heeft geen keuze meer. Wie ze weken van tevoren ziet, kan een nieuwe opdracht regelen, een verlenging voorbereiden of bewust naar fase C doorpakken.
Fase C: het contract voor onbepaalde tijd
Fase C is de laatste trede van het fasensysteem. De uitzendkracht heeft dan een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd bij jouw uitzendonderneming en is daarmee gewoon in vaste dienst. Alle normale regels van het arbeidsrecht zijn van toepassing: beëindiging kan alleen met wederzijds goedvinden, via een ontbinding door de kantonrechter of met een ontslagvergunning van het UWV, en bij ontslag geldt in beginsel recht op transitievergoeding.
Je komt op drie manieren in fase C terecht. De meest voorkomende route is dat de grens van fase B wordt overschreden: het zevende contract of het passeren van de driejaarstermijn maakt de overeenkomst automatisch onbepaalde tijd. Daarnaast kun je als bureau er zelf voor kiezen om een uitzendkracht eerder een vast contract aan te bieden, bijvoorbeeld bij schaars talent dat je niet wilt verliezen. Ten slotte kan opvolgend werkgeverschap ertoe leiden dat eerdere dienstjaren bij een ander bureau meetellen en de uitzendkracht sneller in fase C belandt.
In fase C blijft de uitzendkracht bij jou in dienst, ook tussen twee opdrachten in. Dat betekent doorbetaling bij leegloop en een actieve inspanningsverplichting om passend werk te vinden. Voor detacheerders en bureaus met een vaste flexschil is dat geen probleem maar een model: je investeert in mensen die je herhaaldelijk plaatst. Het verschil tussen die modellen lees je in werving en selectie, detachering, uitzenden en payrolling vergeleken.
Fase C vraagt daarom om een andere blik op je bestand. Een medewerker in vaste dienst zonder opdracht kost geld per dag. Hoe eerder je ziet dat een opdracht afloopt of dat een opdrachtgever iets nieuws nodig heeft, hoe kleiner de kans dat er onbetaalde uren tussen twee plaatsingen vallen.
ABU en NBBU: sinds 2026 één cao voor de hele branche
Jarenlang bestonden er twee cao's naast elkaar. De ABU-cao werkte met fase A, B en C; de NBBU-cao met de fases 1, 2, 3 en 4. Inhoudelijk leken ze op elkaar, maar de tellingen liepen niet gelijk, wat veel verwarring gaf bij bureaus die met beide te maken hadden en bij uitzendkrachten die van bureau wisselden.
Per 1 januari 2026 is dat verleden tijd. ABU, NBBU en LBV hebben samen één gezamenlijke Cao voor Uitzendkrachten afgesloten, met een looptijd tot en met 31 december 2028. Er is nu dus één set fases voor de hele branche, gebaseerd op de systematiek van fase A, B en C. De oude NBBU-fases zijn daarin opgegaan: fase 1 en 2 komen overeen met fase A, fase 3 met fase B en fase 4 met fase C.
| Fase (huidig) | Oude NBBU-fase | Duur | Uitzendbeding | Contractvorm |
|---|---|---|---|---|
| Fase A | Fase 1 en 2 | Max. 52 gewerkte weken | Ja, indien overeengekomen | Onbeperkt aantal contracten |
| Fase B | Fase 3 | Max. 3 jaar | Nee | Max. 6 contracten bepaalde tijd |
| Fase C | Fase 4 | Onbepaald | Nee | Contract voor onbepaalde tijd |
Met die samenvoeging is per 1 januari 2026 ook de inlenersbeloning vervangen door gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden. Waar de inlenersbeloning vooral naar loonelementen keek, gaat het nu om een pakket dat in totaal gelijkwaardig is aan dat van vergelijkbare medewerkers bij de inlener, inclusief pensioen, verlof, scholing en duurzame inzetbaarheid. Voor uitzendkrachten die er bij die omzetting op achteruit zouden gaan, geldt een overgangsregeling van zes maanden met recht op 25 vakantiedagen en 8,33 procent vakantiebijslag. De achtergrond van de oude systematiek staat in inlenersbeloning uitgelegd.
Wat de Wet meer zekerheid flexwerkers verandert
Het fasensysteem staat in de cao, maar de wetgever bepaalt de buitengrenzen. Die grenzen schuiven. De Wet meer zekerheid flexwerkers (wetsvoorstel 36.746) is op 12 mei 2026 aangenomen door de Tweede Kamer en op 7 juli 2026 door de Eerste Kamer. De wet treedt gefaseerd in werking bij koninklijk besluit; voor de meeste onderdelen wordt 1 januari 2028 verwacht, terwijl de bepaling over gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten eerder ingaat.
De belangrijkste wijziging voor het fasensysteem zit in fase B. Die wordt verkort van drie jaar naar twee jaar, met nog steeds maximaal zes contracten. Omdat fase A op 52 weken blijft staan, duren fase A en B samen daarna nog maximaal drie jaar in plaats van vier. De wet legt de duur van fase A bovendien vast in de wet zelf, zodat die niet langer bij cao naar 78 weken kan worden opgerekt.
| Onderdeel | Nu (cao 2026) | Na inwerkingtreding wet |
|---|---|---|
| Fase A | 52 gewerkte weken | 52 gewerkte weken, wettelijk vastgelegd |
| Fase B | 3 jaar, max. 6 contracten | 2 jaar, max. 6 contracten |
| Fase A en B samen | Ongeveer 4 jaar | Maximaal 3 jaar |
| Tussenpoos ketenregeling | 6 maanden | 3 jaar (36 maanden) |
| Nulurencontract | Toegestaan | Vervangen door bandbreedtecontract |
Twee andere onderdelen raken je flexschil direct. Het nulurencontract verdwijnt en wordt vervangen door een bandbreedtecontract, waarbij het maximum niet meer dan 130 procent van het overeengekomen minimum mag zijn: spreek je 20 uur af, dan is de bovengrens 26 uur. Voor scholieren, studenten en AOW-gerechtigden gelden uitzonderingen. Daarnaast wordt de tussenpoos in de ketenregeling verlengd van zes maanden naar drie jaar, na een aangenomen amendement dat de oorspronkelijk voorgestelde vijf jaar terugbracht naar drie. Draaideurconstructies waarbij iemand na een half jaar pauze opnieuw met een schone lei begint, zijn daarmee grotendeels afgesloten.
Wat het fasensysteem vraagt van je planning en je database
Het fasensysteem is uiteindelijk een administratieve discipline. Elke uitzendkracht in je bestand heeft een teller die loopt: gewerkte weken in fase A, contractnummers en kalendertijd in fase B, een vaste verplichting in fase C. Die tellers staan verspreid in contracten, urenregistraties en je ATS, en ze verlopen zonder dat iemand er iets voor doet. Het risico is zelden dat je bureau de regels niet kent. Het risico is dat je een datum mist.
Drie momenten verdienen daarom een vaste plek in je proces. De aanzegtermijn een maand voor het einde van een contract van zes maanden of langer. Het moment waarop iemand week 52 van fase A nadert en het uitzendbeding vervalt. En de grens van fase B, waar het zevende contract of de laatste dag van de termijn een vast dienstverband oplevert. Alle drie zijn ze te zien aankomen, mits je bestand actueel is en de gegevens kloppen.
Daar zit voor veel bureaus de echte bottleneck. Verouderde profielen, dubbele records en uitzendkrachten die al lang ergens anders werken, maken elke telling onbetrouwbaar. Hoe je dat herkent staat in hoe je een vervuilde recruitmentdatabase herkent. Jij bepaalt welke fase-informatie je vastlegt, Spadework houdt de gegevens van die mensen actueel en maakt met de CV-Transformer van een cv in ongeveer twee minuten een vacature-specifiek profiel. Spadework signaleert daarnaast beweging bij de mensen en bedrijven die al in je eigen database zitten, zodat je ziet wanneer een bekende uitzendkracht weer beschikbaar lijkt of een opdrachtgever nieuwe behoefte krijgt.
Een fasegrens is geen verrassing. Het is een datum die maanden van tevoren vaststaat, en die alleen onzichtbaar blijft als je bestand dat is.
Spadework belooft geen match en levert geen juridisch advies; het levert het signaal en het actuele profiel, jij beoordeelt de situatie en jij voert het gesprek. Zo verandert een aflopend fase B-contract van een probleem dat je overkomt in een moment dat je hebt gepland. Jij kent deze mensen. Jij ziet ze op tijd. Jij bepaalt wat je ermee doet.
Veelgestelde vragen
Het fasensysteem is de opbouw in de Cao voor Uitzendkrachten waarmee een uitzendkracht stap voor stap meer zekerheid krijgt bij het uitzendbureau. Het kent drie fases: fase A met maximaal 52 gewerkte weken, fase B met contracten voor bepaalde tijd, en fase C met een contract voor onbepaalde tijd. De telling loopt per uitzendonderneming.
Fase A duurt maximaal 52 gewerkte weken. Elke week waarin de uitzendkracht arbeid verricht telt als één week, ongeacht het aantal uren. Weken zonder werk tellen niet mee, waardoor fase A in kalendertijd langer dan een jaar kan duren. Een onderbreking van meer dan zes maanden zet de telling terug op nul.
In fase A geldt het uitzendbeding: de uitzendovereenkomst eindigt automatisch als de opdracht bij de inlener stopt, en het aantal contracten is onbeperkt. In fase B vervalt dat beding. Je mag maximaal zes contracten voor bepaalde tijd aangaan binnen drie jaar, en bij leegloop blijft het bureau loon verschuldigd.
Zodra de grens van fase B wordt overschreden. Dat gebeurt bij het zevende contract of zodra de termijn van drie jaar voorbij is; dan ontstaat automatisch een contract voor onbepaalde tijd en zit de uitzendkracht in fase C. Een bureau kan ook eerder zelf een vast contract aanbieden, bijvoorbeeld bij schaars talent.
Dat verschil bestaat sinds 1 januari 2026 niet meer. ABU, NBBU en LBV hebben één gezamenlijke Cao voor Uitzendkrachten met een looptijd tot en met 31 december 2028. De oude NBBU-fases zijn opgegaan in het fasensysteem: fase 1 en 2 komen overeen met fase A, fase 3 met fase B en fase 4 met fase C.
De wet is in juli 2026 aangenomen en verkort fase B van drie naar twee jaar, waardoor fase A en B samen nog maximaal drie jaar duren. Ook verdwijnt het nulurencontract ten gunste van een bandbreedtecontract en gaat de tussenpoos in de ketenregeling van zes maanden naar drie jaar. Inwerkingtreding gebeurt gefaseerd.
Ja. Het fasensysteem telt per uitzendonderneming, niet per inlener. Werkt iemand via jouw bureau achtereenvolgens bij meerdere opdrachtgevers, dan loopt de telling gewoon door. Wisselt de uitzendkracht van bureau, dan begint de telling opnieuw, tenzij sprake is van opvolgend werkgeverschap, bijvoorbeeld bij een overname of doorstart.