//
Wet DBA & schijnzelfstandigheid voor recruiters: complete gids [2026]
Als recruitmentbureau plaats je zzp'ers, huur je zelf zzp'ers in, of bemiddel je tussen opdrachtgever en zelfstandige. Sinds de Belastingdienst per 1 januari 2025 weer handhaaft op schijnzelfstandigheid, ligt elke arbeidsrelatie onder een vergrootglas, en intermediairs krijgen in het Handhavingsplan Arbeidsrelaties 2026 expliciet aandacht. Deze gids legt uit wat de Wet DBA is, waar de Belastingdienst op let, wat het rechtsvermoeden bij lage tarieven betekent en hoe je risico's in de keten beperkt.
Wet DBA & schijnzelfstandigheid voor recruiters
Wat er sinds 2025 verandert, waar de Belastingdienst op let bij bureaus, en hoe je een naheffing voorkomt.
In het kort
- De Wet DBA beoordeelt of een zzp'er echt zelfstandig werkt of eigenlijk in loondienst hoort. De feitelijke werkrelatie telt, niet wat er op papier staat.
- Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer; naheffingen zijn mogelijk met terugwerkende kracht tot die datum.
- In 2026 geldt een verlengde 'zachte landing' zonder verzuimboetes, maar vergrijpboetes van 25 tot 100 procent zijn mogelijk bij opzet of grove schuld.
- De wet rechtsvermoeden bij lage tarieven (rond €38 per uur) is op 16 juni 2026 door de Eerste Kamer aangenomen en gaat naar verwachting op 1 januari 2027 in.
- De markt reageert al: het CBS telde in 2025 voor het eerst in jaren een daling, met 62.000 zzp'ers minder.
Wat is de Wet DBA en waarom is die relevant voor recruiters?
De Wet DBA staat voor Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties en bestaat sinds 2016. De wet legt vast dat opdrachtgever en opdrachtnemer samen verantwoordelijk zijn voor de kwalificatie van hun arbeidsrelatie. De kernvraag: werkt iemand echt als zelfstandige, of is er feitelijk sprake van een dienstverband? Als het tweede het geval is, spreken we van schijnzelfstandigheid.
Voor een recruitmentbureau is dit geen abstracte fiscaliteit. Bureaus zitten vaak middenin de keten: je bemiddelt een zelfstandige naar een opdrachtgever, detacheert professionals, of huurt zelf zzp'ers in voor sourcing en research. Elke schakel in die keten kan een arbeidsrelatie zijn die de Belastingdienst anders kwalificeert dan op papier staat.
Het belang nam sterk toe toen het handhavingsmoratorium op 1 januari 2025 werd opgeheven. Daarvoor kon de Belastingdienst bij schijnzelfstandigheid alleen een aanwijzing geven, geen naheffing. Sinds 2025 gelden de normale regels weer. Uit het Handhavingsplan Arbeidsrelaties 2026 van de Belastingdienst blijkt bovendien dat er in 2026 zo'n 80 fte op dit thema wordt ingezet en dat controles ook plaatsvinden bij intermediairs, naast sectoren met veel zzp'ers zoals de bouw, kinderopvang en zorg.
Belangrijk om te onthouden: de regels zelf zijn niet veranderd. Ze komen grotendeels uit rechtspraak, niet uit de Wet DBA zelf. Wat wel veranderde, is dat de Belastingdienst er weer consequenties aan kan verbinden. Voor recruiters betekent dat: de manier waarop je met zelfstandigen samenwerkt, moet aantoonbaar kloppen met de werkelijkheid.
Wat is schijnzelfstandigheid precies?
Schijnzelfstandigheid ontstaat wanneer iemand op papier als zzp'er werkt, terwijl die persoon feitelijk in een dienstverband hoort. Dit heet ook wel een fictieve dienstbetrekking of verkapt loondienstverband. De zelfstandige geniet dan ondernemersvoordelen, zoals de zelfstandigenaftrek, terwijl de opdrachtgever geen loonheffing inhoudt, hoewel de samenwerking in de praktijk op loondienst lijkt.
De Belastingdienst en de rechter kijken naar de feitelijke werkrelatie, niet naar de titel van het contract. Een modelovereenkomst helpt om afspraken vast te leggen, maar is nooit doorslaggevend. Als de werkelijkheid afwijkt van wat op papier staat, weegt de werkelijkheid.
"Niet het contract, maar de werkvloer bepaalt of iemand zelfstandige is."
Het beoordelingskader komt uit het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad (24 maart 2023). Daarin staan negen gezichtspunten die in samenhang worden gewogen; geen enkel punt is op zichzelf beslissend. Op hoofdlijnen draait de beoordeling om drie thema's:
Gezag
Geeft de opdrachtgever aanwijzingen over hoe, waar en wanneer het werk wordt gedaan? Hoe meer sturing, hoe meer het op loondienst lijkt.
Inbedding
Is het werk onderdeel van de normale bedrijfsactiviteiten van de opdrachtgever, of een afgebakende, tijdelijke klus? Werk dat naast werknemers met dezelfde taken wordt gedaan, wijst op inbedding.
Ondernemerschap
Loopt de zelfstandige echt ondernemersrisico? Meerdere opdrachtgevers, eigen investeringen, eigen tarieven en eigen reputatieopbouw wijzen op zelfstandigheid.
Wat verandert er in 2025 en 2026 aan de handhaving?
De grootste verschuiving is de opheffing van het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025. Vanaf dat moment kan de Belastingdienst weer naheffingen loonbelasting en premies opleggen bij schijnzelfstandigheid. Die naheffingen gaan niet verder terug dan 1 januari 2025, tenzij er sprake was van kwaadwillendheid of genegeerde eerdere aanwijzingen.
Zowel 2025 als 2026 gelden als 'zachte landing'; het kabinet verlengde die eind 2025 gedeeltelijk. Bij een vermoeden van schijnzelfstandigheid begint de Belastingdienst in de regel met een bedrijfsbezoek om de situatie te bekijken en uitleg te geven. Daarna kan een waarschuwing volgen. Voor een naheffing is een boekenonderzoek nodig. In deze periode worden geen verzuimboetes opgelegd.
Nieuw in 2026 is dat vergrijpboetes wel mogelijk zijn. Zo'n boete, variërend van 25 tot 100 procent van de naheffing, kan alleen worden opgelegd bij aantoonbare opzet of grove schuld. Dat zal in de praktijk niet vaak voorkomen, maar de mogelijkheid bestaat sinds 1 januari 2026.
De Belastingdienst selecteert risico's onder meer met een landelijke detectiemodule voor inhuur van derden, gevolgd door handmatige beoordeling. Schijnzelfstandigheid komt volgens de dienst in alle sectoren voor, maar sinds 2025 is de controle zichtbaar geïntensiveerd in sectoren met veel zzp'ers, zoals bouw, kinderopvang en zorg, en ook bij intermediairs. Voor bureaus is dat een duidelijk signaal om de eigen inhuur- en bemiddelingspraktijk kritisch tegen het licht te houden.
Spadework-tip
Leg per opdracht vast waarom de samenwerking zelfstandig is (afgebakende opdracht, eigen werkwijze, meerdere opdrachtgevers). Een goed onderbouwd dossier is je sterkste verweer bij een bedrijfsbezoek.
Wat is het rechtsvermoeden bij lage tarieven?
Naast de handhaving komt er een tweede instrument aan: de Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief. De Tweede Kamer nam het voorstel in april 2026 aan, de Eerste Kamer volgde op 16 juni 2026. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2027.
De kern: werkt iemand onder de tariefgrens (wettelijk €36 op prijspeil 2025, na indexatie ongeveer €38 per 1 januari 2026, exclusief btw), dan geldt een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst. Doet de werkende daar een beroep op, dan verschuift de bewijslast: de opdrachtgever moet aantonen dat er géén arbeidsovereenkomst is. De grens wordt periodiek geïndexeerd.
Let op de reikwijdte: het vermoeden werkt civielrechtelijk. De werkende moet er zelf een beroep op doen, bij de opdrachtgever of bij de rechter. De Belastingdienst, het UWV en de Arbeidsinspectie toetsen dit vermoeden niet zelfstandig, maar houden hun eigen beoordelingskaders. Toch is het voor bureaus die bemiddelen in het lagere tariefsegment direct relevant: denk aan interim-rollen, ondersteunende functies of instapposities waar tarieven onder de grens liggen.
Het rechtsvermoeden stond oorspronkelijk in de Wet VBAR, samen met een verduidelijking van de beoordelingscriteria. Op 6 maart 2026 kondigde het kabinet aan dat verduidelijkingsdeel te schrappen wegens onrust in de markt. In plaats daarvan werkt het kabinet aan een nieuwe Zelfstandigenwet, die op zijn vroegst in 2027 duidelijk wordt. Het rechtsvermoeden ging als aparte wet verder en is inmiddels dus aangenomen.
Wat doet de zzp-markt sinds de handhaving?
De hernieuwde handhaving is zichtbaar in de cijfers. Het CBS telde over 2025 een daling van 62.000 zzp'ers, naar ongeveer 1,2 miljoen zelfstandigen zonder personeel. Het is de eerste duidelijke krimp na decennia van vrijwel onafgebroken groei; eind 2024 stond de teller nog op bijna 1,3 miljoen.
De beweging heeft twee kanten. In de eerste helft van 2025 stapten relatief veel zzp'ers over naar loondienst, mede door de striktere handhaving. In de tweede helft begonnen er vooral minder mensen als zzp'er. De daling is volgens het CBS het sterkst onder jongeren, en de krimp zette begin 2026 door.
Voor recruitmentbureaus betekent dit twee dingen. Ten eerste verschuift een deel van de vraag van zzp-bemiddeling naar detachering, uitzenden of vaste plaatsingen; wie beide kan aanbieden, vangt die verschuiving op. Ten tweede zitten er in je eigen database waarschijnlijk zelfstandigen die inmiddels openstaan voor loondienst. Die overstappers zijn warme kandidaten voor vaste rollen, als je op tijd ziet dat hun situatie verandert.
Sectorbreed blijft de vraag naar flexibele arbeid bestaan; de vorm verandert alleen. Bureaus die hun arbeidsrelaties netjes hebben ingericht, kunnen die verschuiving juist als kans gebruiken richting opdrachtgevers die zelf worstelen met de regels.
Wat zijn de gevolgen van schijnzelfstandigheid?
De gevolgen raken zowel de zelfstandige als de opdrachtgever, en in de keten dus vaak ook het bemiddelende bureau. Voor de zelfstandige betekent een herkwalificatie dat het recht op ondernemersvoordelen vervalt, zoals de zelfstandigenaftrek en de mkb-winstvrijstelling. Er kan een naheffing volgen omdat er te weinig belasting is betaald.
Voor de opdrachtgever zijn de gevolgen financieel het zwaarst. Die moet alsnog loonheffingen en premies afdragen over de betreffende periode. Bij opzet of grove schuld komt daar sinds 2026 mogelijk een vergrijpboete bovenop. Naheffingen gaan terug tot maximaal 1 januari 2025, of verder bij bewuste overtreding.
| Waar de rekening kan oplopen | Toelichting |
|---|---|
| Naheffing loonheffing | Over de hele periode vanaf 1 januari 2025; hoe langer de opdracht, hoe hoger |
| Vervallen ondernemersvoordelen | Zelfstandigenaftrek en mkb-winstvrijstelling voor de zzp'er |
| Vergrijpboete | 25 tot 100 procent van de naheffing, alleen bij opzet of grove schuld |
| Claims buiten de fiscaliteit | Pensioen-, cao- of minimumloonrechten die alsnog kunnen worden ingesteld |
Er spelen dus ook risico's buiten de fiscaliteit. Wordt een werkrelatie als dienstbetrekking aangemerkt, dan kunnen werkenden of andere belanghebbenden claims indienen, bijvoorbeeld voor pensioenpremies of cao-beloning met terugwerkende kracht. Een enkele herkwalificatie kan zo een reeks gevolgen in gang zetten, en één verkeerd gekwalificeerde langlopende opdracht kan een veelvoud van je bemiddelingsmarge kosten.
Hoe voorkom je schijnzelfstandigheid als bureau?
De beste bescherming is aantoonbaar echt ondernemerschap en een werkrelatie die klopt met de praktijk. Echte ondernemers, die voor meerdere klanten werken, met eigen werkwijze en gereedschap en echt ondernemersrisico, hebben weinig te vrezen. De handhavingsregels beschermen hen juist. Voor bureaus draait het om het inrichten en vastleggen van die relatie.
Toets elke arbeidsrelatie
Gebruik de Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie van de overheid als hulpmiddel om vooraf inzicht te krijgen. De uitkomst is een indicatie, geen juridische garantie, maar dwingt je wel de juiste vragen te stellen.
Leg de praktijk vast
Documenteer waarom een opdracht zelfstandig is: afgebakende scope, geen gezag, eigen middelen, meerdere opdrachtgevers. Doe dat per opdracht, niet eenmalig per zzp'er.
Gebruik geldige modelovereenkomsten
De Belastingdienst beoordeelt sinds 6 september 2024 geen nieuwe modelovereenkomsten meer, maar eerder goedgekeurde overeenkomsten blijven geldig tot en met 31 december 2029, zolang je ook feitelijk volgens die afspraken werkt.
Let op lage tarieven
Bij bemiddeling rond of onder €38 per uur weegt vanaf 2027 het rechtsvermoeden mee. Onderbouw die relaties extra zorgvuldig, of kies daar bewust voor detachering of uitzenden.
Bovenal geldt: goede communicatie met je zelfstandigen en opdrachtgevers is de eerste verdedigingslinie. Vermoedt een van de partijen dat een relatie richting loondienst schuift, maak dan zo snel mogelijk nieuwe afspraken over de invulling van de opdracht. Wachten tot de Zelfstandigenwet duidelijkheid brengt is geen strategie; die duidelijkheid laat nog op zich wachten.
Voor jouw bureau betekent dat: investeer nu in een gestructureerd overzicht van je arbeidsrelaties. Welke zelfstandigen werken waar, tegen welk tarief, hoe lang, en onder welke voorwaarden? Wie dat overzicht op orde heeft, ziet risico's aankomen in plaats van ze pas bij een bedrijfsbezoek te ontdekken. Een schone, actuele database is daarvoor de basis.
Veelgestelde vragen
De Wet DBA is de bestaande wet die sinds 2016 arbeidsrelaties beoordeelt en nu weer gehandhaafd wordt. De VBAR was een voorstel om de beoordelingscriteria te verduidelijken, maar dat verduidelijkingsdeel is op 6 maart 2026 geschrapt. Het rechtsvermoeden bij lage tarieven ging als aparte wet verder en is inmiddels aangenomen; daarnaast werkt het kabinet aan een nieuwe Zelfstandigenwet.
Dat hangt af van je rol in de keten. De naheffing loonheffing landt bij de partij die als werkgever wordt aangemerkt. Bij detachering of payrolling kan dat het bureau zijn. De Belastingdienst controleert blijkens het Handhavingsplan 2026 ook bij intermediairs, dus het vastleggen van elke arbeidsrelatie is voor bureaus extra belangrijk.
Een eerder goedgekeurde modelovereenkomst helpt om afspraken vast te leggen en blijft geldig tot en met 31 december 2029. Nieuwe overeenkomsten beoordeelt de Belastingdienst sinds 6 september 2024 niet meer. Een garantie is het nooit: de Belastingdienst kijkt naar de feitelijke werkrelatie, en wijkt de praktijk af van het contract, dan telt de praktijk.
De wet noemt €36 per uur (prijspeil 2025, exclusief btw); na indexatie komt dat per 1 januari 2026 uit op ongeveer €38, en de grens wordt periodiek geïndexeerd. Onder die grens geldt vanaf de beoogde ingangsdatum van 1 januari 2027 een rechtsvermoeden van werknemerschap: de werkende kan zich daarop beroepen, waarna de opdrachtgever het tegendeel moet bewijzen.
Naheffingen gaan in beginsel niet verder terug dan 1 januari 2025, de datum waarop het handhavingsmoratorium eindigde. Alleen bij kwaadwillendheid, of als eerdere aanwijzingen van de Belastingdienst zijn genegeerd, kan de periode vóór die datum worden meegerekend. Voor bureaus die te goeder trouw handelen, is 1 januari 2025 de ondergrens.
Er worden in 2026 geen verzuimboetes opgelegd; dat is de verlengde zachte landing. Nieuw is dat vergrijpboetes wel mogelijk zijn, variërend van 25 tot 100 procent van de naheffing. Zo'n boete kan alleen bij aantoonbare opzet of grove schuld, wat in de praktijk niet vaak zal voorkomen.
Een actueel, gestructureerd overzicht van je arbeidsrelaties laat zien welke zelfstandigen waar werken, tegen welk tarief en hoe lang. Zo herken je risicovolle relaties vroegtijdig, bijvoorbeeld lange opdrachten bij één opdrachtgever of tarieven onder de rechtsvermoedengrens. Zonder betrouwbare data is elke compliance-check giswerk.
